Vereniging (sport)coach/leiding

Teun is de laatste tijd erg stil tijdens de training. Hij zoekt weinig contact met de andere jongens, scoort nog maar zelden en vindt het helemaal niet erg als hij op de bank moet zitten. Na afloop van de training wil hij niet samen douchen, maar vertrekt hij in zijn eentje weer naar huis. Als trainer maak je je zorgen om Teun!

Hoe kun jij het verschil maken?

1. Praat met het kind

Om erachter te komen wat er aan de hand is, kun je een praatje maken met Teun. Vertel hem heel open wat jou opvalt en vraag hem of er iets aan de hand is. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Ik merk dat je de laatste tijd erg stil bent en weinig contact zoekt met de andere jongens. Is er iets aan de hand?’

Aandachtspunten die je kunnen helpen om het gesprek met een kind zoals Teun aan te gaan.

  • Stel open vragen. Dit zijn vragen die je niet met alleen ‘ja’ of ‘nee’ kunt beantwoorden en die vaak beginnen met ‘wie’, ‘wat’, ‘waar’, ‘wanneer’, ‘waarom’ of ‘hoe’.
  • Geef alleen aan wat jou opvalt, zonder daarover te oordelen.
  • Luister goed, toon interesse en vraag door.
  • Wees transparant: zeg wat je doet en doe wat je zegt.
  • Focus je niet alleen op wat er niet goed gaat, maar benoem juist ook wat er wel goed gaat.
  • Vermoed je dat er problemen thuis zijn? Laat je dan nooit negatief uit over de ouders! Kinderen zijn trouw aan hun ouders en zullen hen meestal verdedigen. Iets negatiefs zeggen over de ouders is meestal dan ook niet bevorderlijk voor jouw relatie met het kind.

Een aantal voorbeeldvragen die je aan een kind zoals Teun kunt stellen:

  • Hoe is het thuis?
  • Wat vind je leuk aan de trainingen?
  • Wat vind je lastig aan de trainingen?
  • Hoe ziet jouw dag eruit?
  • Wat kan ik voor jou doen?

2. Praat met de ouder en/of volwassene die met het kind meekomt

Wil Teun niet praten of lijkt het je (na het gesprek met Teun) beter om even met zijn ouders te praten? Dan kun je ook hen heel open vertellen wat je opvalt en vragen of er iets aan de hand is. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Het valt mij op dat Teun de laatste tijd erg stil is en weinig plezier beleeft aan de trainingen. Is er iets aan de hand?’

Hieronder vind je een aantal belangrijke aandachtspunten die je kunnen helpen om het gesprek met ouders zoals die van Teun aan te gaan.

  • Stel open vragen over wat je opvalt, zonder te oordelen.
  • Wees transparant: zeg wat je doet en doe wat je zegt.
  • Laat merken dat je het kind en zijn ouders steunt, maar laat de verantwoordelijkheid bij hen. Veroordeel de ouders niet!
  • Erken dat het lastig is om alles voor kinderen goed te regelen: ouders worstelen vaak met alle zorgen rondom hun kind, die bovenop hun eigen dagelijkse bezigheden komen.

Een aantal voorbeeldvragen die je aan ouders zoals die van Teun kunt stellen:

  • Hoe gaat het thuis?
  • Hoe ziet u het?
  • Wat kan ik voor u doen?

3. Maak zelf het verschil

Als trainer of coach bij een vereniging kun je zelf al veel betekenen voor een kind! Je hoeft het probleem niet op te lossen. Je maakt al een verschil voor Teun door hem extra aandacht te geven en te laten merken dat je er voor hem bent. Denk eens aan onderstaande kleine gebaren:

  • Geef complimenten aan het kind over wat goed gaat.
  • Maak gebruik van waar een kind goed in is: laat het kind iets voordoen of helpen.
  • Geef eens wat extra aandacht in de vorm van bijvoorbeeld een schouderklopje of knipoog.
  • Denk mee over kleine, praktische oplossingen.

4. Help verwijzen

  • Merk je dat er veel problemen zijn en dat je er samen met Teun en zijn ouders niet uitkomt, stimuleer hen dan om meer hulp te zoeken. Onder de menuknop Organisaties lees je welke hulp diverse organisaties aan Teun en zijn ouders kunnen bieden.
  • Het is belangrijk dat jij er voor Teun blijft in de rol die jij hebt, als zijn trainer. Wil je als trainer zelf advies over jouw situatie, neem dan ook contact op met een van de organisaties.

 

Soms is een knuffel alles wat er
nodig is om iemand te helpen!